Kabinetorgel

Kabinetorgel

Introductie

Als u, zoals zo velen, tijdens een uitstapje ook graag het historische kerkgebouw in het centrum van een plaats binnenloopt, dan weet u dat sommige kerken niet alleen beschikken over een groot pijporgel maar ook over een klein orgeltje. Dat is meestal geplaatst vóór in de kerkruimte. Natuurlijk valt het grote orgel, deftig en een rijke historie uitstralend, u het eerst op. Dat andere orgel, klein en bescheiden, fungeert daar dan als koororgel. Het komt in allerlei vormen voor en soms tref je een historisch kabinetorgel aan. Een kabinetorgel is een klein pijporgel, uiterlijk lijkend op een kabinet, een prachtig meubel voor in een woning. Wanneer de deurtjes gesloten zijn en het klavier naar binnen geschoven is, dan is niet meer te zien dat het een orgel is. Deze instrumenten waren vroeger in gebruik als huisorgel in kastelen en grote boerderijen. Er zijn er vele van verloren gegaan en van de nog bestaande instrumenten heeft een belangrijk deel een bestemming gekregen in kerkgebouwen.

Deelnemers aan zondagse erediensten en zij die graag concerten in kerken bezoeken weten hoe functioneel het kan zijn als een klein tweede orgel beschikbaar is.

Tot vóór 2006 leende de Oude Kerk van Bennekom zich in het geheel niet voor plaatsing van een koororgel. Maar met de restauratie en herinrichting van het interieur in 2005/2006 kreeg de kerk wel die mogelijkheid. En de samenloop van de omstandigheden maakte dat er, vrijwel gelijktijdig met de herinrichting, zich een unieke kans voordeed om de kerk te verrijken met een belangrijk 18e eeuws kabinetorgel.

Het betreft het kabinetorgel dat deel heeft uitgemaakt van de omvangrijke inventaris van de buitenplaats De Trompenburch in ’s Graveland. De kostbare inboedel was eigendom van de familie, die als laatste de buitenplaats bewoonde. Het huis is eigendom van de staat. Vanwege restauratie en herbestemming van de buitenplaats moest een einde komen aan de bewoning en zag de familie zich tevens genoodzaakt afstand te doen van de inboedel. Een tweetal veilinghuizen werd daarvoor ingeschakeld. Duidelijk was dat veel van het kostbare Hollandse antiek niet voor Nederland behouden zou blijven. Vanuit die optiek bleek de familie bereid om het orgel, het topstuk van de veiling, terug te trekken uit de veiling en tegen de familie afgesproken prijs te verkopen aan de Hervormde gemeente te Bennekom t.b.v. plaatsing t.z.t. in de Oude kerk.

Beschrijving van het instrument

Het instrument is gebouwd door Dethleff Onderhorst en hij signeerde het instrument met:
‘Dethleff Onderhorst, Meester Orgelmaaker Amsterdam 1762’.
Het meubel heeft de vorm van een schrijfkabinet. Het is uitgevoerd in eiken en met noten gefineerd. Het kabinet wordt bekroond door een harpspelende David, geflankeerd door twee musicerende engelen.
Het heeft de volgende dispositie

Holpijp 8’ B/D
Prestant 8’ D
Prestant 4’ B/D
Fluit 4’ B/D
Octaaf 2’ B/D
Quint 11/3’ B
Sesquialter II D
Tremulant
Aangehangen pedaal C – f manuaalomvang C – d’’’
Het orgel is beschreven door Dr. A.J. Gierveld in diens dissertatie Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw (1977), p. 253 en 254, nummer 252 huisorgelcatalogus. Onderstaande beknopte gegevens over de orgelmaker en zijn werk zijn hieraan ontleend.

Didelof (Deetlef) Onderhorst werd in 1715/1716 geboren. Hij was afkomstig uit het Duitse Holsteyn. In 1749 ging hij te Amsterdam in ondertrouw. Hij woonde en werkte hoofdzakelijk in Amsterdam (met een korte onderbreking in Den Haag in 1763). Zijn werk bestaat in hoofdzaak uit onderhoud en vernieuwing van kerkorgels en de bouw van huisorgels. Er is stilistische verwantschap met het werk van Christian Müller en met het werk van J. S. Strümphler aanwijsbaar. Zijn sterfdatum is onbekend.
Hij mag worden beschouwd als een begaafd orgelmaker. We citeren Gierveld uit zijn dissertatie, pagina 33:
Voor de periode van 1750 tot 1770 kom ik o.a. tot de volgende conclusies:
1. Amsterdam was het enige centrum van betekenis.
2. Deetlef Onderhorst moet als de belangrijkste bouwer beschouwd worden.

Kabinetorgel 250 jaar

In de noorderzijbeuk van onze Oude of Sint-Alexanderkerk midden in ons dorp staat sinds februari 2009 het bijzondere kabinetorgel, dat in 1762 door Dethlef Onderhorst is gemaakt.
Dat was in Amsterdam, in de orgel- en klavecimbelwerkplaats aan de Warmoesstraat. Dat betekent dat dat mooie instrument dit jaar 250 jaar oud is. Op de meest vakkundige wijze is het orgel gerestaureerd en neemt sindsdien een aparte plaats in de kerk in.
De Stichting Kabinetorgel heeft in het jubileum jaar een drietal concerten georganiseerd.
 
Op zaterdag 21 april concerteerden Gerben Budding, bekend organist van de kerk van Gorinchem en Linde Schinkel, sopraan, met een programma met muziek van Van Blankenburg, Pool, Böhm, Händel en J.S. Bach.
 
Op zaterdag 3 november concerteerden Stef Tuinstra, bij ons bekend van het concert bij de in gebruikneming van het orgel in 2009 en organist van grote faam en de virtuoze blokfluitist Ronald Moelker.

Het slotconcert op 16 februari 2013 was een heel bijzonder concert met het ensemble Rood Hout omdat toen ook de jubileum-cd werd gepresenteerd.

Op deze cd vertolken Gerben Budding (orgel), Linde Schinkel (sopraan) en Nienke van der Meulen (barokhobo en blokfluit) – samen het ensemble Rood Hout vormend – muziek van tijd-, land- en plaatsgenoten van de orgelbouwer.

Kabinetorgels werden in die tijd, als huisorgel, gebruikt voor de 'huisgodsdienst' (begeleiding bij het zingen van psalmen en gezangen), voor samenspel met diverse instrumenten en voor het spelen van klaviermuziek. De cd geeft een beeld van deze praktijk.

De muziek die wordt gespeeld en gezongen is van Gisbert Steenwick, Quirinus van Blankenburg, C. F. Hurlebusch, Frederik Nieuwenhuijsen, Vivaldi, J. W. Lustig, Telemann, E. Brunnenmüller, Händel en Mozart.

De cd is niet meer verkrijgbaar.

Namens het Stichtingsbestuur,                                                         
Jan R.F.Heine
 
 

terug