Meditatie Meditatie

De opstanding . . .(Bij-Eén maart 2018)
Deze woorden over 'de opstanding' schrijf ik rond onze visies op Pasen. Nu weten we alle­maal dat dit onderwerp in veel theologische en kerkelij­ke gesprek­ken gevoelig ligt en zelfs een ijkpunt is geworden. Dat wil zeggen: ons denken over en geloven in Jezus wordt afge­wogen en beoordeeld op onze gedachten over de opstanding op Paasmorgen.
 
De meningen lopen ver uiteen. Kort geschetst  is de opstanding voor de één ondenkbaar omdat het tegen ons logisch denken indruist en dus onmogelijk is. Voor een ander is het niet belangrijk omdat bijbelverhalen voor ons een boodschap zijn en niet pretenderen geschiedenis  of waar gebeurd dienen te zijn. Voor weer een ander staat de lichamelijke opstandig van Jezus buiten kijf. Voor hen is ook de opstanding een feit dat met harde bewijzen onder­bouwd kan worden. Het ontbreekt weliswaar aan ooggetuigen, maar de opstanding kan praktisch beschreven worden.           Er zijn echter geen ooggetuigen. Dus laat staan dat wij een ooggetuigenverslag zouden hebben. Het is ons gezegd dat Christus is opgestaan. Dat is niet minder waard, maar het bepaalt m.i. ons omgaan met dat wonder wel degelijk. De opstanding en haar boodschap blijven aspecten van geloven.
 
niet specifiek-christelijk
Het is goed om te weten dat het opstandingsgeloof niet iets specifiek christelijks is. In verschillende religies en culturen komt het voor. Meestal heeft het de betekenis van 'het voortleven van een persoon ook na zijn dood'. Hierbij gaat het niet om een letterlijke of lichamelijke aanwezigheid, maar om de geest en de gedachte van iemand. Ook voor ons is deze gedachte en dit gevoel bekend en herkenbaar. Hoe vaak wordt gezegd: 'vader/mo­eder, of: ons kind zou dit gezegd hebben, of zo gedaan hebben'.
            Zo'n geestelijke aanwezigheid geldt des te meer als na de dood van iemand de werkelijke en diepere betekenis van haar/zijn leven sterker gaat doordringen. Toegepast op het christelijk geloof wordt dan gezegd: terugkij­kend op het leven van Jezus is alles wat Hij gedaan en geleerd heeft van nog groter belang geworden voor de hele wereld. Wie dat gelooft en dat leven navolgt, leeft pas werke­lijk. Als voor­beeld wordt verwezen naar de woorden van Jezus (bijvoor­beeld de Bergrede), en wordt er naar het kruis gewezen: Hij is de lijdende Heer, die uit liefde voor zijn mensen, in trouw aan zijn roeping, bereid was zijn leven te geven.
 
In gesprek met de hellenistische (Griekse) cultuur als de tijd waarin het evan­gelie is geschreven, kan de opstanding uitgelegd worden als een verlossing uit het lichamelijk (als minder belangrijk) leven en als overgang tot een geestelijk (en glorieus) leven. Het aardse leven wordt gekruisigd en het ware/nieuwe leven moet geestelijk verstaan worden. Een gedachte die ook in het christelijk geloof nooit afwezig is geweest. Er is altijd een ─ al dan niet mystieke ─ stroming geweest die het aardse leven van minder belang acht en voor wie het hemelse leven 'het alles' is.
 
Joodse visie
In Joodse visies ontmoeten we voortdurend de verwachting dat God zijn heerschappij zal vestigen door een einde te maken aan het leven van deze wereldtijd en een nieuw begin zal maken. In dat nieuwe leven zal de gebrokenheid verdwenen zijn en zullen vrede en gerech­tigheid heersen. De overgang van de ene wereldtijd naar de andere gaat bepaald niet geruis­loos, maar door een gericht waarin goed en kwaad benoemd zal worden. Volgens de joodse apocalyptiek (leer van de laatste dingen) speelt de Messias hierin een belangrijke rol. Verder is er bij die overgang van de tijden sprake van een gericht en opstanding van de doden.
 
Pasen
Tegen beide geschetste achtergronden lees ik het Paasverhaal. Met de boodschap dat Jezus uit de dood is opge­staan, wordt aangegeven dat de grote wending in de wereld­ge­schie­denis is begonnen. De opstanding op Paasmorgen wil ons vertellen dat de betekenis van Jezus niet met zijn kruisdood is opgehouden. Maar anders dan in de hellenis­tische gedachtegang betekent het niet dat Jezus' leven na zijn dood voor ons een betekenis heeft gehouden of krijgt, maar dat Jezus de Messias van God is. Met de opstanding wordt ons verteld dat Jezus de 'Zoon van God' en dat Hij 'Heer' is. Hij staat aan het begin van een nieuw leven. En daarmee geeft Pasen ons een nieuwe kijk op leven.
 
Omdat met de opstanding van Jezus het leven van de nieuwe wereld­tijd begonnen is, richten wij ons in het leven niet eenzijdig op het leven na de dood, maar raken wij juist actief betrokken op en verant­woordelijk voor het leven hier en nu. Het gebroken leven (als het leven zonder Messias) is voorbij gegaan en het nieuwe leven in Gods Naam is gekomen. En dat leven nieuwe leven mogen wij omarmen en delen. Maar dat geeft ook de spanning aan van de tijd waarin wij leven. Wij geloven in de heelheid door God en wij geloven dat Jezus de Christus is, maar tegelijkertijd ervaren we de gebrokenheid van het leven, zodat het geloven moeilijk blijft. Wij ervaren ons leven in die spanning. Wij zijn bevrijd en toch merken we dat de tegenkrachten nog duidelijk aanwezig zijn. Wij hebben weet van het nieuwe leven, maar het gebroken leven is nog schreeuwend aanwezig. Iets wat alle dagen hard en schrijnend te merken is. Ik denk aan oorlogen zoals in Syrië, schietpartijen zoals in Amerika, slachtoffers van rampen of oorlogen die misbruikt worden door hulpverleners, zieken die de strijd voor het leven verliezen. Wij zijn mensen die het verdriet van rouw en gebro­ken­heid van het leven dagelijks ervaren. In die beleving kan het geloof in Pasen heel ver weg zijn.
 
En toch ... en toch vieren wij ieder jaar opnieuw het hoogfeest van Pasen. De boodschap van de opstanding spoort ons aan om het nieuwe leven in praktijk te brengen. Geloven in de opstanding van Jezus is niet vrijblij­vend maar geeft ons verantwoordelijkheid. Om in de Geest van Jezus het goede leven voelbaar en zichtbaar te maken. In de wereld die wij zijn en waarin wij leven. Om een klein beetje te helpen een gebroken wereld heel te maken. Daarom is Pasen voor mij een feest van hoop en aansporing.
 
 'de zegen'  (Bij-Eén sept. 2017)                                                                                                                 
Wie op Wikipedia zoekt of andere bronnen raadpleegt kan over het begrip 'zegen' voldoende informatie vinden. Algemeen religieus en uiteraard in de theologische handwerken meer gespecialiseerd. Ik hoef dat hier niet weer te geven. Waar het mij om gaat is de vraag hoe wij de zegen beleven? Is het een formeel gebeuren aan het einde van een kerkdienst? of raakt een zegen u of jou op een moment die je in het eigen leven beleeft. Als Protestanten zijn niet zo vrijgevig met 'zegenen'. Een zekere schroom is ons eigen omdat we beseffen dat het om grote gebaren en grote woorden gaat. Ten diepste gaat het om een gebaar van de Eeuwige zelf. En die grondtoon mogen we vasthouden en beseffen. Maar het mooie is dan ook dat we die sfeer als mens met elkaar mogen delen. En dan worden die grote coupures van woorden en gebaren plotseling omgewisseld in klein geld.
Het is al weer even geleden dat we in onze Protestantse kerk een nieuw Dienstboek - een proeve hebben gekregen. In het tweede deel daarvan staan veel voorbeelden en beschrijvingen van 'zegeningen' beschreven. Bijvoorbeeld na de geboorte van een kind, bij het maken van een reis, zegening en zalving van zieken, bij het gaan bewonen van een huis of een kerk of bij het aangaan - en beëindigen- van relaties. En met die toelichtingen en werkvormen krijgt de zegen een plek in de eigen levens en bij de eigen emoties. Het zijn situaties waarin wij als mensen de zegen delen en aan elkaar geven. Die sfeer van de zegen komt ook mooi in voren in de woorden die ik aan het einde van de kerkdienst op zondag 13 augustus gebruikte. In de toelichting heb ik toen ook dat menselijke aspect benadrukt. Zo leeft de Eeuwige dus onder ons. Hij is ons nabij in de gedaante van mens, van de naaste. En op die manier mogen wij iets van God aan andere mensen laten zien en voelen. Om dat mee te maken geef ik u/jou de onderstaande woorden door:
Mogen wij elkaar tot zegen zijn,
bij alles wat ons te doen staat,
alles wat we beleven mogen,
alles wat ons overkomt.
 
Mogen wij voor elkaar een zegen zijn,
in het leven dat we samen delen,
zo kwetsbaar als het is.
 
Mogen wij vandaag
voor elkaar een zegen zijn,
in ons verschillen en ons gelijken.
 
Zo zegent ons God in zijn Naam:
Vader, Zoon en heilige Geest.
 
Amen  

Pinksteren – Leven met de Geest (Bij-Eén mei 2017)
In de kring “De vanzelfsprekendheid voorbij” hebben we in het afgelopen jaar het boek ‘Liberaal Christendom; Ervaren, doen en denken’ [1]gelezen en besproken. We hebben deze gesprekken als verdiepend en verrijkend ervaren.
Nu laten wij u delen in onze gedachten en in onze vreugde over Pinksteren als een voortdurend opstaan en leven in de kracht en inspiratie van de Geest.
 
We lazen en spraken o.a. over waarheid, Geest, Jezus, God, gebed, over vrijheid, liefde en creativiteit. Het zijn artikelen van elf auteurs die aan het einde van het boek hun Vertrekpunt[2] beschrijven. Al met al is het vernieuwend en verbredend. Wij voelen ons aangesproken omdat grenzen doorbroken worden en wij bevraagd worden op een hernieuwde manier van geloven. We voelen ons geïnspireerd in onze verantwoordelijkheid voor leven nu en van nieuwe generaties. We zoeken naar een taal om ook mensen van buiten de traditionelere kringen te verstaan en aan te spreken.
 
Het gaat over de relaties tussen God en mens, God en wereld en mens en wereld. Hoe ga je om met de werkelijkheid van God, met de werkelijkheid van de (mede)-mens en de werkelijkheid van de wereld en de aarde? God, mens en wereld worden gezien als zich ontwikkelende, dynamische werkelijkheden. Dan zijn de onderlinge relaties ook aan die ontwikkelingen onderhevig. Die dialoog leidt tot ethiek en levenskunst.
               Het veranderende religieus perspectief blijkt toch houvast te bieden om een zinvolle invulling te geven aan het leven. Er wordt een beeld geschetst van betrokkenheid, verwevenheid van God met ons bestaan, zowel belichaamd door mensen als door het bestaan van de aarde. Dit betekent ook een verantwoordelijkheid voor onze maatschappelijke, relationele leefomgeving en onze natuurlijke leefomgeving; zodat elk mens tot zijn recht komt en heel de schepping tot bloei komt.
               De duiding van de bijbelse verhalen wordt benut als leerstof voor onze toekomst, voor ons doen en laten. Daarbij is de christelijke humaniteit aangewezen op de erkenning van de ander als een evenbeeld van God. Die erkenning geldt ook voor mensen waarin God zichtbaar wordt en die een ander zicht hebben op het Koninkrijk van God dan wijzelf.
Als lezers en als gemeenteleden hebben we in het boek en ook in het Vertrekpunt van de auteurs een ‘blijde boodschap’ van bevrijding en van verantwoordelijkheid beluisterd en dat willen we serieus nemen. Wij hopen dat ook dit geluid gehoord wordt en navolging vindt. Dat er voor dit geluid blijvend ruimte is in de te vormen Protestantse Gemeente te Bennekom.
 
[1] Liberaal Christendom; Ervaren doen en denken. Red. Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob

[2] Een toelichting hierop vindt u op de website: www.hervormd-bennekom.nl onder het kopje wijken en dan naar wijk3

Is geschreven namens de kring "De vanzelfsprekendheid voorbij" die het
afgelopen seizoen o.l.v. dr Wouter Smit het boek "'Liberaal Christendom"
gelezen en besproken heeft.

 

Veertig dagen tijd
Het zijn deze woorden uit het "Passie- en Paasoratorium"[1] van Marijke de Bruijne die mij ieder jaar weer in het hoofd komen in de tijd naar Pasen toe. De woorden en de muziek. Het openingslied gaat over de voorbereidingstijd op Pasen. Over een tocht door het leven naar nieuw leven toe. Voor mij klinkt daarin altijd weer sterk de emotie van ‘hoop’ in door. En de beelden die in het lied klinken zijn herkenbaar. Het leven wordt bezongen als een tocht van het leven waarin geluk en tegenslag voorkomen, en waarin plezier en verdriet voorkomen en elkaar afwisselen. Het leven geeft ons verdriet en hoop. Ik weet dat wij ons daarin allemaal kunnen herkennen. In alle verhalen die we delen - maar zeker ook in verhalen die we niet vertellen - zijn gevoelens over verdriet en pijn aanwezig.
Dat leven, ons leven dus, mogen wij spiegelen in verhalen uit de bijbel. Verhalen met een inhoud. Vertellingen die ons kunnen helpen om het in het eigen leven vol te houden en om er zin aan te geven. Die boodschap klinkt bijvoorbeeld in de bijbelverhalen waarin het getal 40 voorkomt. Veertig als een begrip dat iets van een afgeronde periode aangeeft. De tijd tussen de uittocht uit Egypte en intocht in het beloofde land was 40 jaar. De tocht die de profeet Elia maakte op weg naar de berg Horeb duurde 40 dagen. En de tijd dat Jezus in de woestijn verbleef, duurde ook 40 dagen. En vanuit deze laatste twee voorbeelden zijn de 40 dagen voor Pasen voor ons weken van bezinning. Het is een tijd waarin je nadenkt over jouw leven en de rol die jij in het leven hebt. In veel godsdiensten komen zulke gebruiken voor. (bijv. de dagen van inkeer bij het jodendom, de 40-dagentijd in het christendom en de ramadan bij moslims). Zo gaan wij binnenkort opnieuw een 40-dagentijd in. Vaak wordt het een vasten genoemd, maar het is naar mijn idee meer. Het is geen kwestie van niet mogen eten op drinken, maar zo’n periode stuurt ons veeleer naar de vraag  over de waarde van het leven. Hoe hou je het vol? Waar put je kracht uit? en: Waar leef je naar toe?
Vanuit die religieuze gebruiken kom ik weer terug bij ons. Bij onze levens waarin veel kan spelen. Maar waarin we ook hoop mogen hebben. Want in de tocht van het leven ben je niet alleen. En de tocht van je leven gaat naar iets toe. Een beloofd land, een nieuwe fase van het leven, of naar een ontmoeting die je nieuwe kracht geeft. Over die verwachting mag je dromen en daar kunnen wij over praten of zingen. Hoe ik mij die toekomst voorstel? Dat weet ik niet precies. Ik heb daar geen ‘plaatjes’ van, maar ik voel wel inspiratie om die toekomst in mijn leven nu toe te laten. Om in de tocht van het leven woorden en beelden te vinden die mij helpen overeind te blijven en iets van het leven met anderen te mogen delen. Zo leef ik naar Pasen toe en vanuit Pasen weer vooruit. Opnieuw 40 dagen tot aan Hemelvaart. Een vertelling waarin ik hoor dat een aards bestaan afgerond wordt. Maar met de belofte dat de Geest ons helpt om het leven door te geven.
[1] Als de graankorrel sterft ... oratorium voor de Veertigdagentijd en Pasen

 
November als de maand van gedenken........
In deze novembermaand geef ik ons enkele woorden door die ons in deze dagen en weken van herdenken mogen helpen. Helpen om stil te staan bij hen die wij uit het leven hebben losgelaten of anders gezegd: zijn kwijtgeraakt. Langer of korter geleden. Maar het zijn ook woorden die ons mogen helpen om meer te zien en te voelen dan gemis en leegte. We zoeken immers samen naar beelden die ons in het leven dragen.
 
In ons hart en in ons huis
DE ZEGEN VAN GOD.
in ons komen en in ons gaan
DE VREDE VAN GOD.
In ons leven, op onze zoektocht,
DE LIEFDE VAN GOD.
Bij het einde, nieuw begin,
DE ARMEN VAN GOD OM ONS TE ONTVANGEN,
THUIS TE BRENGEN.
AMEN.
 
Iona Abbey Worship Book
Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk, p. 1317
 
Het is altijd een beetje hachelijk om poëzie schriftelijke uit te leggen. Eigenlijk is het het mooiste als je de woorden zelf laat binnen komen en eigen gedachten mee laat klinken. Een gesprek daarover biedt vaak meer perspectief dan een geschreven boodschap. Toch wil ik hier een paar gedachten delen. In de rust van het leven - je hart en je huis - mag je de goedheid en nabijheid van God beleven. Zijn zegen als woord en gebaar van nabijheid mag je koesteren in de stille momenten van je leven. Momenten die gevuld kunnen zijn met vreugde maar ook met verdriet en gemis. In ons bezig zijn - ons onderweg zijn - mogen we de vrede van God voelen en beleven. De vrede als welzijn en rust waarmee wij in ons eigen leven een balans mogen vinden. Een leven dat voortdurend een zoektocht blijft. We zijn nooit helemaal op de bestemming gearriveerd. Maar op die trektocht door het leven worden we gesteund door de liefde van God. Liefde als een gevoel van zorg, van verbondenheid, een vertrouwen dat je niet alleen bent. En juist in het leven waarin levens van anderen opgehouden zijn - het gedicht noemt dat het einde - is er ook nieuwe begin. In die doorgang worden we gedragen en ontvangen in de armen van God. Hij draagt ons. Hij ontvangt ons bij Hem thuis. Zo mogen wij kind aan huis zijn bij de Eeuwige. Weet hebben dat we op Hem mogen leunen en steunen. Wij mogen ons zelf zijn in de warmte van zijn aanwezigheid.
 
Zo leven wij deze weken met elkaar mee in de sfeer van herinneren en gedenken. Met woorden en symbolen. Met aandacht en aanwezigheid.

 



Wandelen …“                                        Bij-Eén, 19 augustus 2016
 
Deze zomer vierde de Vierdaagse van Nijmegen een prachtig eeuwfeest! En naast dit bekende event zijn er ontzettend veel georganiseerde en niet georganiseerde wandeltochten en –routes waar veel mensen met plezier (en soms met minder plezier) aan deelnemen. Wandelen is bij veel mensen ‘in’. Zo staat de Airborne wandeltocht ook weer voor de deur.
Veel mensen vinden het heerlijk en zoeken daarin een vorm van ontspanning. En in vergelijking met andere sporten is het ook een vorm van meer rust en wat ik noem ‘ont-haasten’. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar over het algemeen geeft het wandelen mensen tijd om na te denken of met elkaar te praten. In mijn werk als gemeentepredikant maak ik met regelmaat wandelingen met mensen om pastorale gesprekken te voeren.
En het is dit begrip dat ik met jullie wil delen. Een aansporing om tijd te maken. Om niet altijd te haasten of te vliegen, maar neem de tijd om te wandelen en daardoor tijd vrij te maken voor je zelf. ‘Moet dat dan lopend?’vragen we misschien. Nee dat hoeft natuurlijk niet. Het kan ook zittend of fietsend, maar wees je er van bewust dat niet alles een prestatietocht hoeft te zijn of dat er altijd een tijdsdruk op jouw leven staat. En samen wandelen houdt in dat je wel op elkaar let wat tempo betreft, maar juist  ruimte geeft om elkaar niet aan te hoeven kijken en er kunnen natuurlijke stiltes vallen in het gesprek. In die wandeling mag jij je zelf zijn.
Het zijn deze gedachten die bij mij opkomen als ik in de bijbel (Genesis 5) lees over Henoch. In de klassiekere vertalingen staat daar dat Henoch ‘wandelt met God’. En de betekenis van die woorden is dat hij in nauwe verbondenheid met God leeft. Hij heeft een intieme relatie met de Eeuwige. Hij heeft tijd om over het leven na te denken, hij vindt zijn bestemming en zoekt zijn doel. Wat dat betreft slaat de Nieuwe Bijbelvertaling voor mij de spijker op zijn kop.
Het is die gedachte die mij aanspreekt en ik met u/jullie wil delen. Maak tijd vrij in het leven om na te denken over het ‘hoe en wat’. Zoek tijd (in vakantie of daarbuiten) om eens stil te staan bij dingen die er echt toe doen. Dat kun je alleen doen of misschien wel in gesprek met iemand om je heen, met een ander of de Ander. Al wandelend, of lekker op een terrasje, in een tuin of waar dan ook. Ik dat opzicht wens ik jullie een mooie en rustige (na)zomer toe.
---------------------------------------------------------------------------------------------------

“… wij geloven in Gods Geest die al wat mensen scheidt te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is en goed, opdat zij, zingend en zwijgend, biddend en handelend, God eren en dienen.”
(uit: belijdenis Remonstrantse Broederschap die op 10 juni 2006 is aanvaard.)
 
“Ik  geloof dat ik naar de geest van God moet leven en mijn medemens de hand moet reiken, door met hem mee te leven, en hem begrip en liefde te tonen.”
(uit: Woorden van geloof, hoop en liefde, uitgave PKN 2011)
 
Vanuit deze twee citaten schrijf ik enkele gedachten op die bij mij opspelen bij het denken over Pinksteren en de kracht van Gods Geest. En ik merk dat ik de kracht van God als één van de belangrijkste aspecten in mijn beleving voel. Het vertelt mij iets van Gods creatieve, vrije en beweeglijke aanwezigheid in het leven van mij als mens. Het neemt mij mee en activeert me. Daarom is het voor mij in het leven ook veel breder aanwezig dan in de dagen van en rond Pinksteren. De Geest van God betekent voor mij dat ik Gods aanwezigheid mag voelen en mag delen in het leven van alle dag. En het mooie uit de beide citaten vind ik dat de kracht van God mij als mens helemaal inschakelt en aan het werk zet. Ik word 'bezield' om boven mij zelf uit te stijgen en tot goede dingen in staat te zijn. In die activiteit(en) eer en dien ik God. Met volle stem of juist zwijgend, in gesprek/contact met God of al doende en handelend. Mijn leven doet er toe en de kracht van God doet mij grote dingen wagen. En dat tweede citaat zet dat misschien wel nog scherper neer. Leven door de Geest wordt daar omschreven als:  meeleven met de medemens, liefde tonen en de hand reiken. Een stap van aandacht en vrede zetten, een daad van hulp tonen, met haar/hem op te trekken op een stukje levensweg, je inleven in die ander en hem accepteren. Op papier nog wel makkelijk te schrijven, maar in de praktijk van het leven is verdraaid lastig. Het is een manier van leven waarvoor je kracht moet hebben. Kracht van God, zeg ik dan.
Daarom is het mooi om met Pinksteren en het hele jaar door dit aspect van leven voor ogen te houden. Ik als mens mag mij geroepen en gesteund weten door God zelf. Om mens te zijn naar zijn beeld. Om te leven in de Geest van Hem.
 
Welke eenheid wil ik nastreven, waarbij de verscheidenheid de juiste plek behoudt? Bij-Eén, dec. 2015.
 
Die vraag stond centraal in de viering op de Eenheidszondag dit jaar (op 18 januari 2015) en onderstaande aantekeningen vormden mijn antwoord. Gedachten die na alle ontwikkelingen die wij als kerkelijke gemeenten dit jaar hebben doorgemaakt, voor mij nog even geldig zijn en blijven. Daarom wil ik ze doorgeven via deze overweging. Het is een persoonlijk verhaal. Ik hoop dat u/jij dat op de waarde kunt schatten en mee weet om te gaan.
 
Vandaag vertel ik een persoonlijk verhaal tegen de achtergrond van mijn geloofsbeleving. Het is een momentopname, maar wel staand in een langere traditie.
De eenheid die ik zoek, die ik nodig heb en geven wil is deze: de verbondenheid met het Joodse geloof en gedachtegoed. Staande en bewegend in de relatie met God die wij als de Ene, de Unieke, de Eeuwige aanduiden. Verhalend, horend en vertellend. Geschiedenis belevend en makend. Als mens voel ik mij geroepen en aangesproken door de stem van God. De Roepende. Hij – of als u wilt: zij – roept mij op om mens te zijn naar zijn/haar beeld.
Het is een beeld van God en een beeld van mijzelf. Die verhouding is wisselend en dynamisch. Ik ben mens onderweg. Is dat niet de aanduiding voor de eerste christenen: mensen van de weg? Daarmee zeg ik iets – of misschien wel veel! – over mijn godsbeeld. Ik voel mij geroepen om mijn leven op de weg van God te zetten en te houden en die verbondenheid voel ik in de gemeenschap van geloven. Het is een eenheid die ik niet op wil geven. Het mooie is zelfs dat die eenheid juist weer veel gezichten heeft: geuren, kleuren en smaken. Daarin komt de verscheidenheid naar voren.
In dat geheel noem ik het vaak de 'G-factor'. De vraag is wat wij elkaar gunnen. Aan ruimte, aan inkleuring en beleving. Dat is voor mij de vraag binnen ons geheel van christelijke geloofstradities, de oecumene in het klein en in iets groter verband.
Daarbij gaat het niet om theologische verhandelingen, maar om de basale vraag hoe ik geloof, en wat dat geloven met mij doet? Het is meer en meer beleving geworden en minder en minder wetend.
In mijn opleiding tot predikant leerde ik op de colleges praktische theologie: Vertel goede dingen over je God en … laat warmte voelen en zien en herken dat in andere mensen. Zo voel ik mij betrokken met het leven en werken van God. De God van Abraham, God die wij in Jezus kennen als zijn papa - Abba. De kracht die in ons werkt als een Geest die inspireert. Hoe ik die God een naam geef?? Ik ga dan altijd wat stotteren. Koning ... herder ... bondgenoot ... Roepende. En welk gezicht God heeft? Soms komen er dan drie namen uit: Vader, Zoon, Geest ... maar meestal maar één: God, de Eeuwige. De God die wij kennen uit de verhalen. Een beeld van een kracht die mensen nabij is en steun geeft, aanspoort en corrigeert. Een God die om mensen geeft en met hen bewogen is, die kiest voor de zwakke en de pijnkant van het leven, die opkomt voor levens en ruimte en strijdt tegen ziekte en dood, die weent om dood en verderf.
Voor mij een God die ons vraagt om met liefde en warmte over Hem/Haar te spreken. Niet ten koste van anderen, maar ten dienste van de ander. Een beeld van vrede. Deze tijd van zoveel strijd en geweld, juist ook in de naam van god, maakt mijn spreken voorzichtig, maar … ik houd het vol!
Dat brengen wij in de oecumene met elkaar in. Met eigen woorden en riten. Die verscheidenheid maakt het plaatje breed en mooi.


“ … na-zomer…”  Bij-Eén, augustus 2015.
Wanneer we naar buiten kijken zien we dat het seizoen van de zomer over haar hoogtepunt heen is. En de één is blij, want het was soms warm en benauwd, en een ander heeft wat heimwee. De avonden worden korter, de luchten kleuren anders en wanneer je buiten bent voelt het anders aan. En in de na-zomer worden veel activiteiten weer op de manier opgepakt waarop ze voor de zomer ook al draaiden. Met nieuw enthousiasme, schoolkinderen met goede moed en frisse agenda’s, op werk met nieuw elan, thuis met goede voornemens en bij ons in de huizen met rust en vertrouwde gezichten van zorgverleners en anderen. En vaak zeggen we: ‘Het is goed dat alles weer zijn normale gang heeft gevonden’.
De na-zomer is een tijd waarop we nog eens rustig terugkijken en nagenieten van de maanden die achter ons liggen. En tegelijkertijd dient de tijd van herfst zich al een beetje aan. Voor de één een mooi gevoel en voor een ander wellicht wat somber en benauwend.
 
Het is dit beeld dat ik meeneem wanneer ik de stap maak en over ons schrijf. Veel mensen vertellen verhalen over hun leven. En daarin kijken we samen terug op levens die achter ons liggen. Tijden van geluk. Verhalen over mooie dingen die meegemaakt en die beleefd zijn. Vaak in het samenleven met andere mensen. Als familie, met vrienden en in het werk. Maar we delen ook verhalen over verdriet, over mislukkingen in het leven en over pijn die blijvend gevoeld wordt. In die zin bevinden wij ons in ons leven in een soort ‘na-zomer’. Er wordt gemijmerd en we teren op de dingen die ons hebben gevormd en verrijkt. Met heimwee, dankbaar en met een traan. De hele breedte en diepte van het leven is ons niet vreemd. En hoe de herfst zal worden weten we niet. Net als in het jaarritme van de seizoenen ziet de één het vol vertrouwen tegemoet en kijkt een ander er tegen op. In die verschillende belevingen is het goed om samen te praten. “Op een bankje in de avondzon”, en ik bedoel daarmee: in de rust van het leven. Nu het werk is gedaan, nemen we de tijd om al vertellend terug te kijken en onze vragen op tafel te leggen. Wellicht dat we al pratend samen terugkijken en rust vinden voor nu en de toekomst. Voor zo’n ontmoeting kunt u/jij altijd een beroep op mij doen. Rechtstreeks of via de ouderling en/of bezoek(st)er is een afspraak het snelste gemaakt.
Met een hartelijke en uitnodigende groet,
 
Bovenstaande tekst is een lichte bewerking van het artikel dat ik in het cliëntenblad van Stichting
Zorggroep 'De Vechtstreek" plaats.


Onderweg ...Bij-Eén, februari 2015.
 
Als kerkelijke gemeenten en vooral als leden van de brede geloofsgemeenschap zijn we al jaren bezig om elkaar te leren kennen en te zoeken hoe wij met elkaar een nieuwe gemeente kunnen vormen. Een lang en intensief proces. Een proces waarin het soms gaat over de mooie en diepe dingen die wij met elkaar delen en in elkaar herkennen, en andere keren gaat het weer meer over eigen aardigheden, standpunten en verdediging van verworven rechten en posities. Zo gaat dat in processen van samenvoegen en - groeien. Zeker ook in kerkelijke kringen waar het niet alleen gaat over (markt)technische aspecten maar vooral om emoties en de waarden die wij in het leven belangrijk vinden en willen delen/doorgeven. Deze weken praten we op kerkenraadniveau over gewenste en mogelijke vormgeving van onze protestantse gemeente. En laten we dat vooral in alle eerlijkheid en met respect doen. Durven uit te spreken wat ons voor ogen staat en een luisterend oor en begrip hebbend voor de medepartner in het geheel. In dat geheel krijgen we energie, maar zullen er ook momenten zijn dat enthousiasme wegvloeit. Die gedachten en ervaringen herkende ik een gedicht dat ik afgelopen weken las. Ik deel het graag op deze plaats met u/jullie. Het zijn woorden die ons kunnen aanspreken, in het eigen leven, in ons leven in het proces, en op zoveel andere momenten.
 
Onderweg ...
Kom, zei Hij
en spoorde mij aan
tot verder gaan.
Nee, zei ik
het is de moeite niet waard
om verder te gaan,
de weg is te moeilijk
het doel te ver weg,
onbereikbaar voor mij.
Mild vroeg Hij:
Waar spreek je over?
Ik ben het begin
en Ik ben het einde.
Mijn liefde leidt je
van het ene punt
naar het andere.
Hier neem mijn hand.
Kom nu!
Verwonderd nam ik Zijn hand,
ging ik mee.

Sindsdien
ben ik

met Hem onderweg.
                                                                  (gedicht van Marie Husing)

Onze Vader.........Bij-Eén november 2014.


In maart 2014 schreef ik al eerder over de woorden en stond toen stil bij de tekst van
lied 1006 uit het Liedboek, zingen in huis en kerk.


Ditmaal geef ik u/jou de tekst door die gebruikt wordt in de Arboretumkerk te Wageningen. Opnieuw een invalshoek die mag helpen om de bekende en vertrouwde blik op dit gebed te verdiepen.
 
God, Verborgen Aanwezig
Dat uw Naam aan het licht komt
Dat tastbaar wordt de wereld naar uw hart
Dat gegaan wordt uw weg van barmhartigheid
Wat wij ontvangen wat we nodig hebben
om onze bestemming te leven
Dat wij elkaar durven vergeven en niet alten vallen
maar zoeken naar vrede
Dat wij niet losraken, als het lastig wordt
maar verbonden blijven met U.
Geef ons daartoe de moed en de spankracht
het geloof, de hoop en de liefde
die van U komen
Vandaag en alle dagen
totdat alles is voltooid. Amen
 
Ook met deze tekst is niet alles gezegd. Maar dat zal ook nooit de bedoeling zijn van ons spreken met - en laat staan over - God. Het blijft zoeken, stamelen, het blijft onderhevig aan tijden en emoties. Maar al oefenend kom je in je leven altijd weer verder. Die beweging wens ik ons ook toe in de tijd van Advent.
 
“ … de grote zomer… ??”  Bij-Eén, september 2014.
Ieder jaar kijken veel mensen uit naar de zomer. En als je vraagt: ‘waarom?’is vaak het antwoord: ‘het is tijd van vrolijkheid’, ‘mensen en vooral kinderen zijn buiten’, mensen zijn minder gestrest, je hebt lange avonden … en door al deze reacties roept het een beeld op van rust en ontspanning. Het is een tijd van genieten en energie op doen.
Blijkbaar hebben wij daar als mensen behoefte aan, en zoals ik al eens eerder heb geschreven is dat ook het mooie van de seizoenen die wij hebben. Maar er zijn ook keerzijden aan de zomer. Veel activiteiten liggen stil, mensen trekken er op uit waardoor achterblijvers zich meer eenzaam voelen. In dat opzicht is de zomer een nare tijd en zijn mensen blij als deze maanden weer voorbij zijn. Dat iedereen weer veilig terug is en het gewone ritme zijn loop heeft.
Nu de zomer ten einde loopt - en de meeste mensen al weer thuis zijn - wil ik nog wat doorgaan op dat mooie gevoel van een zomer. In veel gedichten, schilderijen, films,  in liederen wordt dat rustgevende en hoopvolle aspect benadrukt. Zo ook in het kerklied ‘Eens komt de grote zomer…’ (Liedboek 2013 no 747). De oorspronkelijke tekst is al bijna 500 jaar oud en stamt dus uit een tijd met heel ander wereldbeeld dan dat wij hebben. Maar wanneer we daar over heen stappen kunnen we ons door de dichter laten meenemen naar een beleving van hoop en verwachting.
In het kort gezegd vertelt de dichter over een uitkijken naar en verwachten van een tijd waarin het leven goed en zuiver zal zijn. Een sfeer van leven waarin verdriet en pijn hebben afgedaan en dat God in heel zijn schepping zichtbaar en voelbaar is. Het mooie is dat er wel beelden gebruikt worden over de tijd dat God-bij-ons en wij-bij-God zullen zijn, maar dat die beelden niet vaststaan. Er is ruimte om daar eigen voorstellingen bij te maken. Beelden over mensen die wij zien en ontmoeten, gedachten over een prachtige natuur, over muziek of over samen eten. Kortom: er worden bouwstenen aangedragen, maar de uitwerking is open en vrij. Onze fantasie mag meedoen. Wij worden opgeroepen om een beeld van God-dichtbij te ontwikkelen. Een beeld waarin de vreugde de boventoon voert. Een beeld waarbij mensen zich blij en gekend mogen weten. Zo stuurt dit lied ons naar een positief gevoel.
De dichter – Johann Walter (1496-1570) - maakt duidelijk dat de zomer echt hoopvol is. Dat je er energie van krijgt. En dat is iets dat veel mensen deze weken hebben beleefd. Wij hebben er naar uitgekeken en wij bouwden energie op voor de wintermaanden die gaan komen. Daarom wens ik u een mooie nazomer toe. Met beelden uit dit lied en met de werkelijkheid die wij samen beleven.
 
Zomertijd als mijmertijd …Bij-Eén, september 2013.
Ik weet niet eens of het woord ‘mijmertijd’ wel bestaat, maar ik vind de emotie die het uitstraalt wel mooi. De warmte en loomheid van zomerse dagen vloeit er in over … heerlijk rustig. Geen gejaagdheid, even gas terug en tijd om te mijmeren, wellicht te luieren, tijd om gewoon even niets te doen.
 
In die situatie kan er ruimte komen om beelden en/of woorden binnen te voelen stromen. Inspiratie op te doen via anderen of zomaar rechtstreeks in je eigen gedachten of actie. In die sfeer van wat meer vrije tijd dan de in andere maanden blader ik deze weken door het nieuwe liedboek heen. En ik word met de week enthousiaster. Wat een uitbreiding aan mogelijkheden, wat een verrijking in het gedeelte rond de Psalmen. Wat kunnen er op deze manier mooie bruggen geslagen worden naar verschillende tradities en belevingen. Er zijn zo maar meer dan de 150 vaststaande/bekende Psalmberijmingen. En ik lees liederen waar ik het bestaan niet van kende, ik voel de stimulans om weer meer te gaan zingen en ook te oefenen in de kerk(diensten). Natuurlijk zijn er ook liederen verdwenen, maar in dat geval blader ik nog rustig terug in oude(re) boeken. En om in dit kerkblad eens aan te geven wat ik een mooie verrijking vind, wijs ik u/jullie op de liederen vanaf no 738. (pak ze er maar bij!) Prachtige liederen rond het thema ‘geloofsgetuigen’. Een galerij van heiligen gaat open. Net zoals bijvoorbeeld in Hebreeën 11. Zo komt Eva langs, en Maria. Johannes de Doper. En van buiten de bijbelse namen komen we Franciscus tegen (en zeker met de nieuwe paus in Rome) breekt zijn gedachtegoed ruim baan en spreekt het mij aan.  Maar de tijd gaat voort en zo brengt deze de namen naar voren van Willibrord (prof Van Ruler zei dan altijd: die man op het paard op het Sint Janskerkhof te Utrecht); Sint Maarten en Sint Nicolaas. Gaan wij die liederen zingen? Misschien wel en misschien niet. Ze zijn nu al prachtig om te lezen en om over te mijmeren. In de zomer en vast ook wel op andere tijden van het jaar. Het is een schat aan beelden die ons helpen om het geloven te bezingen. Ik vind dat heerlijk.
opstanding / nieuw leven …Bij-Eén, maart 2013.
Het hoogfeest van Pasen staat weer voor de deur en in allerlei vormen vinden de voorbereidingen plaats. Op deze plek concentreer ik me op enkele theologische gedachten. Zowel richting Pasen, maar nog veel meer voor de tijd vanuit en na Pasen. Voor de één zullen mijn woorden vernieuwend zijn, of vervreemdend, voor een ander herkenbaar en bevrijdend. In die breedte van geloven leven en werken wij. Ook in Bennekom. Daarom nodig ik u/jou van harte uit om door te lezen.
 
Want samen zijn wij voortdurend op zoek naar de betekenis van de ‘opstanding’. Wat is de betekenis van ‘nieuw leven’?  In het evangelie wordt dat onder woorden gebracht door vertellingen over de ‘verschijningen’ van de opgestane Heer. We lezen zowel in de evangeliën als in het boek Handelingen dat Jezus zich vertoont aan mensen. Dan weer hier, en dan weer daar. Blijkbaar gaat het niet meer in de sfeer van lichamelijke aanwezigheid maar om andere vormen. Dingemans [1] noemt dat –evenals Calvijn- Christus in de aanwezigheid van de Geest. Jezus leeft voort in andere uitingsvormen. We kunnen ook zeggen: de aanwezigheid van de Jezus heeft nieuwe uitingen gekregen. Pasen vertelt ons dat het vanaf nu om een inspirerende figuur gaat die mensen stimuleert en begeleidt om te leven op zijn spoor. Opstanding is daarom ook niet een nieuwe fase in of als het leven zoals het voor de dood was, maar het is echt iets anders en nieuws geworden. Het lichamelijke is overgegaan in een geestelijke vorm, en op die manier is Christus bij ons aanwezig. Ongrijpbaar, onzichtbaar, maar wel te ervaren. Verborgen en herkenbaar in mensen, in Woord en sacrament, in een gemeenschap van mensen die naar zijn naam genoemd wordt, en (!) in mensen die door de Geest in de wereld actief en richtinggevend zijn. Van daaruit zoek ik naar inspiratie voor ons werken en geloven. Zo krijgt de boodschap van Pasen voor mij ook handen en voeten in veel voorbeeldfiguren, die wij kunnen ontmoeten in de brede geschiedenis en op onze levensweg. Dat is de dynamiek van Gods aanwezigheid in de Geest. Met deze gedachten vier ik Pasen. Als een feest van waaruit ik in het leven verder kan gaan. Een leven waarin ik geroepen ben om de aanwezigheid van God te ontdekken en te delen. Een leven waarin het nieuwe leven voortdurend doorbreekt. Verrassend en overweldigend. Daarom kunnen we blij zijn en feest vieren: Pasen
[1] Gijs Dingemans, Sporen van de verborgen God. Een theologie van de Geest

Aandacht voor de kerk …Bij-Eén, januari 2013.
 
Het is altijd weer boeiend om te merken welke reacties het woord ‘kerk’ oproept. Zo wordt er gedacht aan een gebouw of aan een instituut. Andere associaties gaan richting een geloofsgemeenschap. En de vraag hoe u/jij dat invult kan aan de hand van dit artikeltje zelf worden ingevuld. ‘Kerk’… de één vind het een heerlijk gevoel en geeft haar/hem rust en vertrouwen, een ander fronst de wenkbrauwen en weer een ander voelt tegenstand opkomen en merkt dat tenen gaan krommen. Al met al roept het begrip heel veel verschillende emoties op.
 
In ons kerkelijk leven komt de kerk deze weken op een aantal manieren onder onze aandacht.
Zo denk ik aan de ‘week van gebed voor de eenheid’. Vanuit de Raad voor Kerken (landelijk en plaatselijk) wordt er extra aandacht voor gevraagd voor de eenheid van kerken en geloven. Daarbij denk ik niet zo zeer aan eenheid in vormgeving en organisatie van structuren en instituten maar veel meer aan de eenheid van verbondenheid. Juist in de ontmoeting van ons als mensen kan er iets groeien van herkenning. Daarom is die gemeenschappelijke kerkdienst in deze week ook zo mooi. Gevuld met bijdragen ut eigen tradities ontmoeten wij elkaar en ervaren wij de breedte en rijkdom van geloven. In dit geheel krijgt het begrip ‘kerk’ de betekenis van geloofsgemeenschap. En de eenheid bestaat uit aanvulling op elkaar en acceptatie. Veelkleurigheid die verrijkend is. In dit beeld is de kerk als een prisma. Gaaf geslepen maar ook met ruwe kanten waardoor het licht op het leven uiteenspat en ruimte geeft.
 
In die beleving kan de kerk je veel waard zijn. En met die woorden kom ik terecht bij de actie Kerkbalans. Deze weken loopt de actie om ook de financiële kant van het kerkelijk werk op peil te houden. Wat is de kerk ons waard? Wat hebben er voor over om al het werk en in stand te houden? – of om het met durf te zeggen: wat hebben wij er voor over om het werk uit te breiden? En daarbij gaat het niet alleen over ons geld maar ook om de blijvende en nieuwe inzet van de grote groep vrijwilligers. Zo klinkt de vraag: ‘wat kan ik bijdragen om aan te geven wat de kerk mij waard is?’ Natuurlijk is geld daarbij onontbeerlijk, maar het gaat om meer. Eigen inbreng, aandacht en aanwezigheid. Betrokkenheid. Die is er! en die mag blijven en groeien. Zo is de gemeente een plaats waar gedeeld wordt. Een plek waar gebracht en gehaald wordt. In verscheidenheid en in verbondenheid.

Geloof, Hoop en Liefde … Bij-Eén, oktober 2012.
 
Het zijn bekende woorden en begrippen die met elkaar het jaarthema van de Protestantse Kerk in Nederland vormen. Woorden die verbeeld zijn in de vormen van een kruis, een anker en een hart. Woorden die ook wel christelijke deugden genoemd worden. Oftewel: ze zijn overbekend. Maar waar komen ze vandaan? En in welke context zijn ze geschreven?
 
De woorden zelf staan in 1 Korintiërs 13. Het (bekende) hoofdstuk over de liefde. En hoofdstuk 13 uit deze brief vormt één geheel met de hoofdstukken 12 en 14. Woorden die geschreven zijn met het oog op een concrete situatie van gemeenteorganisatie en gemeenteopbouw. Een activiteit die vandaag de dag nog even actueel is als toen. Zeker ook in de samenhang met de vorming van een Protestantse Gemeente in Bennekom. In dat geheel wil ik ze lezen en vertalen. Hoe ga je met elkaar om? Op welke manier kun je elkaar aanvullen en dus verrijken? Met andere woorden: het gaat om de positieve insteek om samen kerk te willen zijn. Dat mag de drijfveer zijn om met elkaar om te gaan. Maar ja, het gaat ook wel eens anders en dan gaat het meer om het onderscheid en worden de verschillen opgeblazen tot breekpunten. Dat was blijkbaar in de gemeente van Korinte niet anders. Mensen stonden zich voor op hun bijzondere gaven – het spreken in tongen – en zo werd hun gedrevenheid door de geest een struikelblok in de eenheid. De weg van de extase en enthousiasme bracht meer verwarring dan stichting. Jammer dat zulke ontwikkelingen steeds weer herkenbaar zijn. Dat mensen of groepen denken dat zij de belangrijkste stroming zijn en dat anderen daarom minder waard zijn. Het is de valkuil die je overal kunt herkennen. De valstrik waardoor je andere mensen en bewegingen minder belangrijk vind dan jezelf. Ook in Bennekom hebben en kennen we verschillende stromingen en bewegingen binnen de samenwerkende gemeenten. En we geven ze namen als ‘traditioneel’, ‘open’, ‘evangelisch’ of  ‘modern’. En ik zeg heel duidelijk dat ik blij ben met dat brede aanbod. Met het beeld uit 1 Korintiërs 12: het zijn de handen en voeten die elkaar aanvullen om samen één lichaam als kerk te vormen. Je hebt elkaar nodig en mag van elkaar gebruik maken. Maar wanneer één of meerdere groepen zichzelf hoger achten dan een andere, dan gaat het fout. Dan raak je het spoor bijster staat in 1 Korintiërs 12. En op dat moment is het goed om samen een weg te zoeken die beter (er staat zelfs: voortreffelijker) is. De weg van de liefde! Liefde die eigen stokpaardjes overtreft, liefde die het eigen gelijk overstemd, liefde die verdraagt, gelooft en hoopt. Liefde die ruimte geeft aan anderen!
Met die eigenschappen mogen wij samenwerken en in straf tempo toewerken aan de organisatie van een Protestantse Gemeente in Bennekom. Om in dat geheel liefde, hoop en geloof te delen EN uit te stralen. Zo mag verscheidenheid blijven (de stromingen en belevingen vullen elkaar aan) maar gescheidenheid mag na al die jaren voorbijgaan. Ik hoop dat het jaarthema ons zal helpen. Ik geloof dat het kan. Maar weet ook dat we in dat proces liefde nodig hebben.

terug